De Franse Dordogne is nou niet echt een bestemming buiten de gebaande paden. Ieder jaar bezoeken vele toeristen deze Franse regio die zich kenmerkt door glooiende heuvels, Middeleeuwse stadjes en natuurlijk de meanderende rivier. Tijdens mijn vakantie ben ik op zoek gegaan naar de leukste bezienswaardigheden in de Dordogne. Het werd een mix van bekende toeristische bestemmingen gecombineerd met verborgen parels. 

In dit artikel deel ik mijn tips voor de leukste bezienswaardigheden in de Dordogne. Het gaat niet alleen over welke plekken je echt niet mag missen, maar vooral over leuke alternatieven en handige tips om de drukte te ontlopen. 

1. Kajakken op La Dordogne of La Vézère

Neem van mij aan, je vakantie in de Dordogne is niet compleet zonder kano- of kajaktocht over één van de slingerende rivieren. Vanaf het water heb je namelijk het mooiste uitzicht op de imposante kastelen, schitterende krijtrotsen en pittoreske dorpjes. Ook kom je op afgelegen kleine strandjes waar je anders nooit zou komen. 

Wij gingen zelfs twee keer kajakken tijdens onze vakantie. Eerst langs de kastelen van de Dordogne en omdat we het zo leuk vonden ook nog door de ruige natuur van de Vallée de la Vézère. 

De tocht over de Dordogne is de meest indrukwekkende van de twee. Hier peddel je onder andere langs prachtige kastelen die hoog boven de rivier uittorenen. Ik heb mijn ogen uitgekeken en heel wat foto’s geschoten. Het is ook de drukste van de twee. Zelfs begin september vaar je eigenlijk nooit alleen. 

Op La Vézère is dat anders. Deze tocht brengt je langs hoge krijtrotsen met prehistorische grotten en veel groen. We werden vergezeld door zwanen, eenden en libellen, maar kwamen veel minder andere kajakkers tegen. 

Tip: Neem genoeg eten en drinken mee voor een picknick. Langs beide rivieren liggen veel leuke rustige plekjes om te picknicken. Op sommige plekken kunnen slechts één of twee kajaks aanleggen, dus je hebt de plek waarschijnlijk echt helemaal voor jezelf. 

Een kano of kajak huren

Een kano of kajak huren is supereenvoudig. Het barst namelijk van de verhuurbedrijven. Het is handig om even te kijken naar de start- en eindpunten. Wij kozen voor verhuurders waar je finisht op de plek waar je auto staat. Zo hoef je na je trip niet nog op een bus te wachten. 

Het is verstandig om zo vroeg mogelijk te vertrekken. De meeste mensen schijnen aan het eind van de ochtend en begin van de middag te starten, dus zo ben je de meute voor. 

2. Ga terug in de tijd bij Château de Beynac

Château de Beynac is slechts één van de vele kastelen die je kunt bezoeken in de regio. Wij kozen voor deze vanwege de ligging en het mooie uitzicht over de rivier. Maar ook omdat volgens de brochure dit kasteel nog te bewonderen is in laatmiddeleeuwse stijl. 

Het uitzicht vanaf de binnenplaats is inderdaad indrukwekkend. Château de Beynac was strategisch gelegen, eventuele vijanden kon je van mijlenver over de rivier of het omliggende vlakke land zien aankomen. Ook konden ze vanaf hier prima hun buren in de gaten houden. Iets verderop zie je namelijk het Kasteel van Castelnaud, soms vriend en soms vijand, liggen.

Maar het hoogtepunt vond ik eigenlijk wel het bezoek aan de binnenkant van het kasteel. Hier krijg je echt een indruk hoe het leven in de Middeleeuwen moet zijn geweest. Zo kun je onder meer een kijkje nemen in de grote eetzaal, de raadszaal, slaapvertrekken en keuken. In de winter moet het binnen donker en koud zijn geweest. Overal zien we haarden en olielampen. In de woonvertrekken van de baron en zijn familie valt wat meer daglicht naar binnen. Dikke wandtapijten moesten hier samen met menig haardvuur de kou buiten houden. 

Château de Beynac is één van de allerleukste en -mooiste kastelen die ik bezocht heb in mijn leven. Ik vond het een leerzaam bezoek en vooral heel erg leuk om door de donkere vertrekken en wenteltrappen te struinen. 

Benieuwd naar onze ideale uitvalsbasis om al het moois in de Dordogne te ontdekken? Ik vertel je er alles over in mijn artikel ‘Kamperen in de Dordogne’.

Ook bij het mooie Les Baux-de-Provence in het zuiden van Frankrijk vind je een mooi Middeleeuws kasteel om te bezoeken. Je leest er meer over in mijn artikel over Saint-Rémy-de-Provence en omgeving.

3. Bezoek de mooiste dorpjes van Frankrijk

Naast kastelen barst het in de Dordogne ook van de charmante dorpjes waarvan menigeen het predikaat ‘le plus beau village de France’ heeft gekregen. Oftewel ze zijn officieel uitgeroepen tot één van de mooiste dorpjes van Frankrijk. 

Beynac-et-Cazenac

Je verwachtte het waarschijnlijk al, maar Beynac-et-Cazenac is het dorp dat bij het Château de Beynac ligt. Tegen de steile helling, vanaf de voet van het kasteel tot aan de oever van de rivier vind je dit schattige dorpje. 

Langs de steile straatjes vind je schattige Franse huisjes met gekleurde luiken en rozenstruiken. Vanuit de meeste huizen heb je prachtig uitzicht op de Dordogne. De winkels en restaurants hier richten zich volledig op toeristen. Maar als je vroeg bent, zijn deze allemaal nog gesloten en zie je de echte charme van het dorp. 

De leukste route naar het kasteel loopt via het steegje ter hoogte van restaurant Maleville aan de D703. Het is een flinke kuitenbijter naar boven, maar je hebt onderweg het beste uitzicht over het dorpje en de Dordogne. 

Leuk weetje! Het dorp en het kasteel hebben voor meerdere films als filmset gediend. Ondere andere de film Jeanne d’Arc en de openingsscène van Chocolat zijn hier opgenomen. 

La Roque-Gageac

Ook La Roque-Gageac is een heel charmant dorpje. Veel bezoekers komen vanwege de bekende tuinen van Marqueyssac, maar het dorpje zelf is ook erg geliefd. Net als Beynac ligt het dorpje tegen een rotswand. Aan de oostkant van het dorp vind je een vrij toegankelijke tropische tuin met bananenbomen en diverse orchideeën. 

Ook ligt er in het dorp nog een mooi fort dat je kunt bezoeken. Het mooiste aan La Roque-Gageac vond ik echter de omgeving. We maakten hier een fantastische wandeling dwars door maïs en graanvelden, door donkere bossen en over groene heuvels. Tijdens deze wandeling ervaarden we de echte Dordogne, niet de toeristische versie. Een aanrader dus. 

De route is verkrijgbaar via alle Offices du Tourisme in de omgeving onder de naam La Boucle des Chênes Verts. Je kunt ook de gele paaltjes volgen vanuit La Roque-Gageac. De route is ongeveer 10 kilometer lang, maar houdt er rekening mee dat je behoorlijk moet  klimmen onderweg. 

Naast deze twee dorpen zijn er nog talloze leuke dorpjes in de Dordogne. Zo vond ik het kleine Montfort erg mooi en zijn ook Les Eyzies en Castelnaud leuk om even rond te lopen. Daarnaast zijn er nog genoeg dorpjes waar ik niet geweest ben, dus laat gerust jouw favoriete dorpje in de Dordogne achter als reactie onder dit artikel.

4. Ga ondergronds bij de grot van Proumeyssac

Ook grotten zijn er genoeg in de Dordogne. Ik vond het lastig kiezen. Uiteindelijk gingen we op advies van onze Franse campingburen die hier al vaker waren geweest naar de grot van Proumeyssac

De grot van Proumeyssac is ontdekt nadat een heldhaftige avonturier in 1907 als eerste af durfde te dalen in een mysterieus gat in de grond. Het gat werd tot die tijd eeuwenlang gebruikt voor het dumpen van dode dieren en lijken. 

Onder het aardoppervlak bleek een echte schatkamer te liggen. Een gigantische zaal vol glinsterende stalagmieten en stalactieten, met op de bodem een helder blauw meertje. 

Vandaag de dag kun je met een gids deze grot gewoon binnenwandelen. Maar dat vond ik niet avontuurlijk genoeg. Daarom kozen wij ervoor om ons net als de allereerste avonturier af te laten zakken met behulp van een zogenaamde gondel. Ik vond dit de kleine meerprijs echt wel waard, omdat je zo de meest indrukwekkende druipsteenformaties van dichtbij kon bewonderen. 

5. Wandel door het Franse platteland

Ik noemde net al de wandeling bij La Roque-Gageac. Maar wie echt van het gebaande pad wil gaan in de Dordogne moet zijn of haar wandelschoenen meenemen. Wij maakten een aantal wandelingen door het Franse platteland en kwamen zelden andere wandelaars tegen. 

En dat terwijl er vele mooie wandelingen zijn uitgestippeld door de lokale Offices du Tourisme die je het ware Franse platteland tonen. Wij maakten wandelingen door boomgaarden vol walnotenbomen en langs eeuwenoude boerderijen, maar ook langs prehistorische grotten en Middeleeuwse forten. De Dordogne is wat dat betreft heel divers. 

De leukste routes liepen we bij Les Eyzies, Montfort en La Roque-Gageac waar we op iedere route verschillende elementen uit het leven in de Dordogne ontdekten. 

6. Doe stedentripjes naar Sarlat en Bergerac

Ook een stedentripje behoort tot de mogelijkheden in de Dordogne. Sarlat-la-Canéda, Bergerac en Périgueux zijn de belangrijkste in de regio. Wij bezochten zowel Sarlat als Bergerac en ontdekten twee prachtige Middeleeuwse stadjes. 

In het oude centrum van Sarlat kun je heerlijk dwalen door de smalle steegjes met de kenmerkende gele huisjes met hun pastelkleurige luikjes. Ook vind je er veel gezellige terrassen, een mooie markthal en een grote kathedraal. 

Het centrum van Bergerac kent veel leuke pleintjes met gezellige terrassen. Breng hier een bezoek aan het standbeeld van Cyrano met zijn grote neus en bewonder de eeuwenoude vakwerkhuizen. Ook leuk is het bezoek aan het Maisons des Vins dat samen met het Office du Tourisme is gevestigd in een oud klooster. Hier krijg je uitleg over de lokale wijnen en kun je ze ook proeven. 

Beide steden zijn niet heel groot en heb je na een paar uur wel gezien. Als je net als ons dichtbij Sarlat zit, is het ook een aanrader om de stad in het donker te bezoeken, wanneer de terrassen vol zitten en de ouderwetse gaslampen aan de gevels aangaan. 

Een andere Franse regio vol leuke dorpjes en stadjes is Les Alpilles. Welke plekken daar leuk zijn om te bezoeken, lees je in De 5 leukste dorpen en stadjes in Les Alpilles Provence.

7. Ontdek de prehistorie in de Vallée de la Vézère

De groene Vallée de la Vézère is de plek om in de prehistorie te duiken. Rondom Les Eyzies en Montignac zijn talloze overblijfselen gevonden van de prehistorische mens. Het gematigde klimaat, de rivier en de zachte krijtrotsen maakten de Dordogne tienduizenden jaren geleden al tot een aantrekkelijke woonplaats voor veel mensen. 

Op veel plekken langs de Vézère zijn dan ook tekeningen en andere overblijfselen uit die tijd gevonden. De bekendste hiervan zijn de grotten van Lascaux, waarvan je vandaag de dag een perfecte replica kunt bezoeken. 

Maar ook de minder druk bezochte Abri de la Madeleine en Roque Saint-Christophe werden ons geadviseerd door de medewerker van de kanoverhuur. Deze zijn kleinschaliger, maar geven wel een goede indruk van het leven tienduizenden jaren geleden. 

8. Struin door schitterende tuinen

Als je naar de Dordogne gaat kun je een maand lang iedere dag een tuin bekijken en dan heb je ze nog niet allemaal gezien. Je vindt er tuinen in allerlei soorten en maten. De bekendste zijn Les Jardins de Marqueyssac, maar dat is dan ook meteen de allerdrukste. 

Daarom kozen wij voor Les Jardins d’Eau in Carsac. Een tuin die bekend is om zijn waterlelies, speelse waterpartijen en groene oases van rust. Eigenlijk waren wij net iets te laat in het seizoen. Veel waterlelies waren al uitgebloeid. Desalniettemin was het leuk om door het kleurrijke park te lopen. Overal lopen slingerpaadjes en vlonderpaden die je van waterpartij naar waterpartij leiden. Ook leuk is het donkere bamboebos, waar je je even kunt verstoppen voor de andere bezoekers. 

Welke bezienswaardigheden zou jij gaan ontdekken in de Dordogne?

Laat een reactie achter

Bewaren